Blog

 

Welke invloed heeft jouw hechtingsstijl op jouw relaties?

“Vroeger hing ik uren om mijn moeders nek en ik sliep het liefste bij mijn ouders in bed. Als ik in mijn eigen bed sliep en ik dacht ook maar te horen dat mijn moeder weg ging vloog ik uit mijn bed en riep ik naar beneden.”

 

Hoe heeft dit te maken met hechting? Waarin heeft dat effect op het hier en nu? Maar allereerst, wat is hechting en waarin zie je dit terug?

 

Vind jij het spannend om je aan iemand te hechten? Of ben je juist vaak bang dat je verlaten wordt? Krijg je het benauwd als iemand te dichtbij komt? Zou je graag een intieme relatie willen, maar houdt iets jou daarin tegen? Grote kans dat jouw hechtingsstijl hiermee te maken heeft.

 

Wat is hechting?

Hechting gaat over de band tussen jou en je ouders of verzorgers. Deze band bouw je aan het begin van je levensjaren op en is van invloed op het verloop van jouw verdere sociaal-emotionele en taal- en cognitieve ontwikkeling. Hechting is een proces van interactie tussen een kind en een of meer van zijn opvoeders, dat leidt tot een duurzame relatie. Onder normale omstandigheden ontwikkelen kinderen de eerste gehechtheidsrelaties met volwassenen als ze tussen de zes en twaalf maanden oud zijn. Hierbij gaat het om ouders, verzorgers en/of bijvoorbeeld grootouders.

 

Psychologen en psychiaters hebben aangetoond dat het gedrag dat je in de eerste jaren van je leven ontwikkelt, van grote invloed is op je gedrag later in je leven. Die gedragspatronen in de eerste jaren vormen als het ware een blauwdruk, die je vervolgens in elk contact meeneemt.

 

Toen ik vier jaar was kwam ik op de intensive care terecht. Mijn moeder sliep dagen bij mij, maar één avond niet. Ze had afgesproken dat de verpleging haar moest bellen als ik om haar riep. Ik heb heel de nacht geroepen, maar ze hebben mijn ouders nooit gebeld.”

 

Waarom is hechting belangrijk?

Hechting is belangrijk voor een goede ontwikkeling van een kind, het is de basis voor relaties met anderen voor de rest van je leven. De gedachten, emoties en lichamelijke sensaties neem je de rest van je leven mee. Je slaat die op in je lichaam en geheugen. Je neemt daarmee langzaam de manieren, normen, waarden, gedragswijze uit je (familie)cultuur op in je eigen systeem en gedragspatronen. Bij een gedachte, lichamelijke sensatie of emotie in het nu, komt dat aangeleerde gedrag en die vorm van hechting meteen naar boven. Het contact in het heden raakt daarmee altijd een deel van je opvoeding en ervaringen in het verleden aan.

 

Vind jij het bijvoorbeeld spannend om met nieuwe mensen contact te maken? Of ben je juist bang dat mensen bij je weggaan? Waar voel je dat in je lichaam? En wat doe je dan? Ga je je dan terugtrekken? Of ga je je juist heel aanwezig gedragen? In hoeverre durf jij je te laten zien bij de mensen om je heen? Dit heeft vaak te maken met de wijze waarop je gehecht bent.

 

Jarenlang ben ik bang geweest dat mijn ouders weg zouden gaan. Op latere leeftijd ben ik bang geworden voor verlies. Veel angst heb ik ervaren als naasten tot laat in de avond weg gingen, bang was ik dat mensen die dicht bij mij staan ziek zouden worden, een ongeluk zouden krijgen of door een andere reden niet meer bij mij zouden zijn.”

 

Ben je veilig gehecht?

Dan voel je je waarschijnlijk op je gemak in je relatie(s). Je vertrouwt de mensen die dichtbij je staan en je vindt het ook prettig als ze jou vertrouwen. Je maakt je geen zorgen over alleen zijn en je voelt je geaccepteerd. 

 

Ben je onveilig gehecht?

Wanneer je onveilig gehecht bent, zal je het lastig vinden om de balans tussen “onafhankelijk en afhankelijk” zijn te vinden. Je zal mogelijk meer afhankelijk zijn van je partner of personen die dichtbij je staan of juist meer onafhankelijk willen zijn. In dat laatste geval zal je meer afstandelijk zijn naar anderen.

 

Voorwaarden voor veilige emotionele hechting

Voor het tot stand komen van veilige emotionele hechting zijn een aantal zaken belangrijk:

  • Het is essentieel dat de ouder emotioneel beschikbaar, ontvankelijk en betrokken is.
  • Wanneer het kind krijgt wat het nodig heeft, dan voelt het zich geborgen en gerustgesteld en stopt zijn behoefte aan nabijheid. Het voelt zich dan vrij om zich op anderen te richten.

 

De ouder geeft bij veilige hechting twee basisboodschappen mee in doen, laten en zijn:

  • Ik ben er voor jou en jouw veiligheid staat voorop. Wanneer je je bedreigd, angstig of verdrietig voelt, dan ben ik er voor jou;
  • Maar ik ben er niet altijd alleen voor jou. Ik heb ook mijn eigen leven en mijn eigen behoeften. Daar zal jij rekening mee moeten leren houden.

 

Afhankelijkheid versus autonomie

Kinderen dienen te leren om zowel afhankelijk te kunnen zijn alsook hun autonomie ontwikkelen. Beiden zijn even belangrijk voor de ontwikkeling van een gezond “zijn”. Afhankelijk “leren zijn” maakt dat een kind in staat is om, ook op latere leeftijd, gezonde verbindingen en relaties aan te gaan met anderen. Autonomie ontwikkelen is belangrijk om een eigen “ik” te ontwikkelen zodat het kind op latere leeftijd een eigen weg kan gaan bewandelen. Deze beide mechanismen ontwikkelen draagt er aan bij dat het kind als (jong)volwassene in staat is om gezonde relatie met anderen aan te gaan waarin een gezonde mate van afhankelijkheid en autonomie aanwezig zijn.

 

Als een kind veilig gehecht is raakt het zelden in paniek wanneer een ouder het even alleen laat. Hij hervat zijn spel, houdt wel in de gaten of de ouder terugkomt en reageren dan blij. Wanneer een ouder niet beschikbaar, ontvankelijk of betrokken is, roept dit “hechtingsangst” op bij het kind. Het wordt bang, om verlaten te worden, niet geliefd te zijn, genegeerd te worden of een mislukking te zijn.

 

Er zijn vier verschillende hechtingsstijlen:

 

Hechtingsstijlen

 

 

Je kunt veilig of onveilig gehecht zijn, op verschillende manieren.

  1. De zekere hechtingsstijl: je voelt je op je gemak in je relatie. Je vertrouwt de ander en je vindt het ook prettig als de ander jou vertrouwt. Je maakt je geen zorgen over “alleen” zijn en of je partner je accepteert.
  2. Een gepreoccupeerde hechtingsstijl: je zou het liefst alle gevoelens delen. Je hebt het idee dat je partner meer afstand houdt. Je vindt persoonlijk en vertrouwelijk contact fijn, alleen je twijfelt of je partner jou wel net zo waardeert.
  3. Een angstig-vermijdende hechtingsstijl: je geeft jezelf niet eenvoudig bloot aan je partner. Je bent niet graag afhankelijk, maar bent ook niet graag alleen. Je vindt het lastig om je partner te vertrouwen, omdat je bang bent om gekwetst te worden.
  4. Een afwijzend-vermijdende hechtingsstijl: je kunt goed alleen zijn en hebt niet veel nauw emotionele banden nodig. Je wilt graag onafhankelijk zijn en het gevoel hebben dat de ander jou niet per se nodig heeft. Je stelt jezelf niet afhankelijk op en je vindt het ook niet prettig als je partner dat wel doet.

 

Wat is jouw hechtingsstijl?

Merk je dat je in relaties met anderen tegen terugkerende patronen aan loopt? Als je inzichtelijk hebt hoe je gehecht bent, kan dat je helpen om patronen te doorbreken en te zien wat jij nodig hebt in relaties met anderen. Er zijn diversen boeken over geschreven die je hierin op weg kunnen helpen. Patronen kunnen ook (deels) verborgen zijn en zijn vaak lastig om zelfstandig te doorbreken. Merk je dat je er zelf niet uitkomt? Tijdens een vrijblijvend intakegesprek met een van onze coaches kan je erachter komen wat wij voor jou kunnen betekenen.   

 

“Inzicht in de verschillende hechtingsstijlen, en voornamelijk het belang van hechting en de wijze waarop, hebben mij doen begrijpen waar bepaalde angsten vandaan komen. Door dit begrip zijn de angsten een stuk minder geworden, simpelweg doordat ik het nu beter kan plaatsen.”